Ambla: het eiland in de Waddenzee
Geologisch gezien is Ameland een jong eiland, ontstaan op een zandige strandwal met duinen aan de Noordzeekant en kwelders aan de kant van het wad.
- De eerste vermelding: begin 9e eeuw wordt het eiland genoemd in een schenking aan de abdij van Fulda, als Insula que dicitur Ambla, het eiland Ambla geheten.
- Een naam met water: de naam Ambla is verwant aan oude woorden voor water en een natuurlijke waterloop.
- Eerste bewoners: het eiland was in elk geval vanaf het jaar 850 bewoond, en kleine nederzettingen ontstonden op de hogere zandgronden achter de duinen.
- Een verzonnen klooster: volgens latere geschriften zouden de Cammingha's in 866 bij Ballum het klooster Foswerd hebben gesticht, maar dat verhaal diende vooral om hun rechten op het eiland te onderbouwen.
- Stormvloed (1287): in 1287 werd Ameland getroffen door de Sint-Luciavloed, die het hele Waddengebied ingrijpend veranderde.

De vrije heerlijkheid van de Cammingha's
Door zijn afgelegen ligging kon Ameland eeuwenlang een eigen koers varen, als een vrije heerlijkheid die niet bij Friesland of Holland hoorde.
- Heer van Ameland: vanaf 1424 trad Ritske Jelmera Cammingha op als vertegenwoordiger van de Amelanders; hij riep zich uit tot heer van Ameland en sloot in 1429 een overeenkomst met de graaf van Holland.
- Het slot in Ballum: rond 1425 verrees in Ballum het Camminghaslot, dat in 1604 werd herbouwd en in 1828 voor de sloop werd verkocht; bij de kerk van Ballum is nog de grafkelder met een sluitsteen uit 1552 tot 1556 bewaard.
- Strenge wetten: van echte vrijheid voor de bewoners was weinig sprake; zo moesten eigenaren van katten de oren van hun dieren afsnijden, zodat ze geen konijnenholen in konden.
- Neutraal in oorlogstijd: zowel in de Tachtigjarige Oorlog als in de Eerste Engelse Oorlog (1652 tot 1654) bleef Ameland neutraal.
De klokkentoren van Nes (1664): heer en vrouwe Watse Frans van Cammingha en Rixt van Donia lieten in 1664 de klokkentoren van Nes bouwen, die in 1732 werd verhoogd om beter zichtbaar te zijn voor de scheepvaart. Naar de Oranjes (1704): na het uitsterven van de Amelander Cammingha's kwam het eiland in 1704 via Henriëtte Amalia van Anhalt-Dessau aan het huis Oranje-Nassau; uit die tijd stamt de Nassaukooi, een eendenkooi bij Buren.
Walvisvaart en commandeurs
In de 17e en 18e eeuw vonden veel Amelanders een nieuwe bron van inkomsten in de walvisvaart bij Spitsbergen en Groenland.
- Commandeurs: veel kapiteins op de walvisvaart, de zogeheten commandeurs, kwamen van Ameland, en hun statige commandeurshuizen zie je nog altijd in Nes en Hollum.
- Een gevaarlijk bestaan: vanuit kleine roeiboten werden walvissen met harpoenen gevangen, en lang niet iedereen keerde van zo'n reis terug.
- Hidde Dirks Kat: in 1777 werd het schip van de Hollumer commandeur Hidde Dirks Kat (1747 tot 1824) bij Groenland door het ijs verbrijzeld; na een barre tocht over het ijs overleefden hij en een deel van zijn bemanning de winter dankzij de hulp van Inuit.
- Een beroemd dagboek: Kat schreef zijn ervaringen op in een dagboek dat in 1818 werd uitgegeven en dat lovend vertelt over de Inuit die hen redden; op Ameland staat een standbeeld van hem.
Een commandeurswoning: in het Cultuur-historisch museum Sorgdrager in Hollum, gevestigd in een 18e-eeuwse commandeurswoning, zie je hoe een walvisvaarder vroeger woonde.
Franse tijd en een Friese gemeente
Aan het einde van de 18e eeuw kwam een einde aan de bijzondere zelfstandigheid van Ameland.
- Einde van de heerlijkheid (1795): in 1795 werden de heerlijkheidsrechten afgeschaft en nam Friesland het bestuur over, al ondervond het veel tegenwerking van de eilanders.
- Bij Friesland (1801): in 1801 werd Ameland officieel een deel van de Bataafse Republiek, ondergebracht bij het departement Friesland.
- Een Friese grietenij: na 1815 werd Ameland een grietenij, de Friese voorloper van de gemeente, in de provincie Friesland.
- Vrijheer van Ameland: de koningen en koninginnen van Nederland voeren tot op de dag van vandaag de titel vrijheer van Ameland.

Vuurtoren, redders en scheepsrampen
De zandbanken rond Ameland waren berucht, en de eilanders hebben een lange traditie van redden en waarschuwen.
- De ramp met De Valk (1799): op 10 november 1799 verging het fregat De Valk voor de kust van Ameland, met Britse militairen, bemanning en ook vrouwen en kinderen aan boord; volgens lokale bronnen kwamen 419 mensen om.
Een monument in de duinen: op de Engelsmanduun bij Hollum herinnert het monument voor De Valk aan deze ramp.- De vuurtoren (1881): in opdracht van koning Willem III werd in 1881 de gietijzeren vuurtoren Bornrif gebouwd, 55,3 meter hoog, met 236 treden naar boven.
- De schemerlamp: na de Tweede Wereldoorlog brandde er tijdelijk een zwak noodlicht in de toren, waardoor hij de bijnaam schemerlamp kreeg.
De paardenreddingsboot: in Hollum werd de reddingsboot met paarden de zee in getrokken; in het Reddingsmuseum Abraham Fock zie je deze bijzondere traditie, die nog altijd wordt gedemonstreerd.

Molens, kerken en een mislukte dam
In de 19e eeuw kreeg Ameland veel van de gebouwen die het eiland nu zo herkenbaar maken.
- De Phenix (1880): in Nes stonden al sinds 1629 korenmolens; de huidige molen De Phenix verrees in 1880 na een brand, en de naam verwijst naar de vogel die uit zijn as herrijst.
De Verwachting: in Hollum maalt de herbouwde koren- en mosterdmolen De Verwachting meel en wordt er Amelander mosterd gemaakt. Een kerk vol kunst: de voormalige hervormde kerk van Nes uit 1824 is nu het Amelander Cultuurmuseum, met muurschilderingen uit de jaren vijftig en eeuwenoude grafstenen. Sint-Clemenskerk (1878): de neogotische Sint-Clemenskerk in Nes werd in 1878 gebouwd naar ontwerp van Pierre Cuypers, brandde op 5 februari 2013 grotendeels uit en werd daarna herbouwd.- De dam naar Holwerd (1872): in 1871 en 1872 werd een dam tussen Ameland en Holwerd aangelegd om land te winnen; na zware stormen in 1882 werd de reparatie opgegeven, maar bij laag water zie je de resten nog tijdens het wadlopen.

De Tweede Wereldoorlog
In 1940 bezette het Duitse leger Ameland binnen enkele uren, en het eiland werd een onderdeel van de Atlantikwall.
- Bunkers in de duinen: de Duitsers bouwden meerdere bunkers, onder meer ten zuidwesten van Hollum ter verdediging van het zeegat, het Borndiep.
Radarpost Rita: bij de Engelsmanduun lag de radarpost met de codenaam Rita; langs het Herderpad zie je nog bunkerresten.- Laat bevrijd: omdat het eiland weinig strategische waarde had, vond er nooit een invasie plaats; de Duitse troepen gaven zich pas op 3 juni 1945 over.
- Een nieuwe pier: in de oorlog legden de Duitsers de pier van Holwerd aan, van waaruit de veerboot na de oorlog naar Nes ging varen.
Het Ameland van nu
Na de oorlog werd het toerisme de belangrijkste bron van inkomsten, terwijl de dorpen hun historische karakter wisten te bewaren.
- Van Zwarte Haan naar Holwerd: eeuwenlang voeren beurtschippers vanaf Zwarte Haan naar de Ballumerbocht; in 1948 voer de laatste dienst, en sindsdien gaat de boot naar Ameland van Holwerd naar Nes.
- De windhoos (1972): op 11 augustus 1972 trokken windhozen over camping Duinoord bij Nes, waarbij drie doden en honderden gewonden vielen.
- Het wapen van Ameland: volgens een volksverhaal stellen de drie zwarte balken in het wapen balken voor die Amelanders bij maanlicht op Terschelling stalen, waarop het rijmpje slaat: De Amelander schalken, stalen drie balken, des avonds in de maneschijn, daarom zal dit hun wapen zijn.
Boerenleven: naast het toerisme is de veehouderij nog altijd belangrijk, en in het Landbouw- en juttersmuseum Swartwoude in Buren zie je hoe het boerenleven vroeger was.
















